Martin M Aart de Jong, dichter

donderdag 22 februari 2018

Bietenvelden


Een dag kruipt naar het laatste licht.

Een cursor ploegt zich door het wit en ik denk: bietenvelden.
Honderdduizend rode bietenvelden in Siberië.
Zelfs als het veertig graden vriest dan is er biet
dan is er bjorst. Dan heerst de vodka als een vorst
en danst er op zijn hurken rond.

Hij brult in het Russisch om een blond stuk vlees
en zingt dat hij de dood niet vreest. Hij is de draak
hij is de tsaar. Hij is groter dan Napoleon en heeft
het duizendjarig rijk al eeuwen overleefd.

En al die bietenvelden waar mijn cursor ploegt.
Het staat in brand. Het land verschroeit.
Het is gedrenkt in vodka en het vonkt
het vlamt en het verschroeit.

Martin M Aart de Jong

dinsdag 6 februari 2018

Pasta


Y basta.

De stomme hoop dat het iets worden zou. Die letters op dat bleke vel.
En dan die zon. Die lukt het wel om dagen om te keren in het licht.
Om niet te worden weg gegrist door vlugge vingers. Ongeduld.
Altijd maar ongeduld. Altijd maar naar de sterren reiken.

Altijd maar schrijven. Dagelijks schrijven. Zoeken naar
het laatste woord gekleed in nonchalante pakken.
Open boord. Je hart iets laten zakken. Lager nog.
De knopen moeten knoppen worden. Barsten

in de lila lente. Gekookt als pasta die al dente
wordt opgediend. Woorden zoek je. Warme woorden.
Maar je hebt een kamer op het noorden. Het is koud.
Je schrijft gedichten in de cloud en niemand leest ze
in dit woud van gonzende miljoenen. Je hebt een saus
van rode woede. Wie niet leest die moet maar bloeden.

Martin M Aart de Jong

maandag 5 februari 2018

En nu


En nu



al zoveel tijd verkloot al jarenlang

steeds buitenboord gehangen en het schip

slechts half verlaten nu het lijkt of ik verdrinken

zal, wat moet ik nog met al die onbenutte tijd



zal ik nu zelf gaan varen en de koers bepalen?

Het is een kloteschip. Het lekt en roest.

En bij een woeste zee vraag je bij iedere golf

of God je wil behoeden voor de haaien.



Je hijst een doodskop in de mast.

Je pakt het roer zo stevig vast

als je maar kan. Je klokt een blik

spinazie leeg. Zet tatouages



op je armen. Het is nu of nooit.

Op volle zee met volle kracht

En voor niemand nog genade.



Martin M Aart de Jong

zondag 4 februari 2018

Wie

Je zou het vals sentiment kunnen noemen. Schijnverdriet ingelegd met het zuur van het besef van je eigen vergankelijkheid. En daar bovenop het lot van de dichter die sterft op een leeftijd die je weliswaar niet als uiterst jong kunt beschouwen, maar zeker als veel te jong om zich te scheiden van de levenden. Menno Wigman was een dichter die ik graag las. Gretig zelfs. Je kende de formule wel. Maar de dynamiek bleef boeien. En het was altijd verrassend waar hij nu weer mee zou komen. En wachten. Het was wachten. Op een nieuwe bundel. Vol gedichten met krachtdadige regels die op je inhamerden. Die bleven hangen in je hoofd en voort woekerden in je verbeelding. Ik baal er gewoon van. Ook vandaag is Menno Wigman dood.




Wie?

Wie heeft je dagen afgedaan de tijd verstopt
in oude kranten en een slecht gedicht geschreven
met je naam erop? Wie heeft een eeuw bedolven
onder kilo’s cliché knispersneeuw? Het neonlicht


plots aangeknipt zodat de massa mee kon lezen
wat je levend had geschreven? Wie heeft je hart
er uitgescheurd, de tijd verbrand als smeltend rubber
in een tarzanbocht op het circuit van een Grand Prix


de motor brullend uitgekotst wie heeft die vlammenzee
toch opgehoest van winkelstraten vol met copyrettes
en steden zwart van kaviaar? Wie heeft een generatie
leren zwijgen, passers door een lip geduwd en boekjes


vol met vast geniete vrouwen in een donker bos gepleurd?
En wie, wie heeft dat leven afgelopen en is zo vroeg
zo vroeg en ongevraagd al in jouw graf gekropen?
Wie is die God, wie slaat hem lam? Wie zegt nu: ¡No Pasarán!


Martin M Aart de Jong

donderdag 1 februari 2018

Ode aan Leiden en de Muze


Illegaal Leids Stadsgedicht

Laat me een daglang door je grachten schuren.
Of met een brommer door je stegen scheuren.
Ik hoef geen geen enkele benoeming.
Ik hoef niet langer op een muur te staan.

Ik hoef niet als een bij met nectar naar mijn korf
te zoemen. Ik heb de bloemen wel bezocht.
Maar het is klaar. Laat ze verdomme
nooit mijn naam meer noemen.

Ik schrijf. Ik dicht. Ik schrijf zomaar.
Laat me mijn haar nog een keer groeien
tot op mijn schouders. Volgend jaar.
Daarna de boel als takken snoeien.

En laat me dan in koelen bloede
een wonderschone moord begaan.


Martin M Aart de Jong.

Je valt niet

Je valt niet. Je zweeft.
Tussen hemel en aarde.
Tussen je tanden zweeft je tong.
Tussen het plafond en de vloer
Zweef je fracties van seconden.

Er is een voortdurende beweging
Je voorover gebogen houding
Die je in duikstand catapulleert
Er is nog een laatste adem.

Er is nog.

Martin M Aart de Jong

zaterdag 27 januari 2018

kind op aarde

Het vuil, de nacht en de straten

Laten we een dag vol vuilnisbakken in de straten
waarop we in de nacht gedichten hebben geschreven
in dronkenschap voor de nuchteren om te lezen
dat het ons aan maanlicht ontbrak en glazen

dat we natuurlijk onze tijd verdeden zoals iedereen
de tijd verdoet we doen pogingen tot ademhalen
het gaat ons zeer behoorlijk af we zijn opgehokt
in het betere deel van een waarachtige wereld

wij hebben geen problemen, wij zijn het probleem
we lossen ons niet op we vermenigvuldigen ons
met kwadraten er is een vrouw gesignaleerd
met een kind in haar buik het is een buik vol

verwachting er is een zachte adem van haar mond
ze zal het kind aan deze wereld, ze zal het aan ons.



Martin M Aart de Jong